LEN berekenen: hoeveel apparaten kan je netwerk voeden
LEN staat voor Load Equivalency Number en is de stroomvraag van een apparaat uitgedrukt in stappen van 50 mA. Tel de LEN van alles wat aan je backbone hangt op, vermenigvuldig met 50 mA en je weet hoeveel stroom je netwerk moet leveren. Blijf je onder de stroomgrens van je kabeltype, dan kan je netwerk het aan.
Waar deze tabel voor is
Een NMEA 2000-backbone levert niet alleen data maar ook stroom. Elk apparaat dat je aan het netwerk hangt, trekt daar iets uit, en op een bepaald moment is de koek op. Om te voorkomen dat je dat pas merkt als een sensor op de verkeerde momenten wegvalt, reken je vooraf uit hoeveel je vraagt.
Dat rekenen doe je met LEN. Het is bewust een grove eenheid: je hoeft geen stroommetingen te doen, je telt alleen getallen bij elkaar op. Deze pagina geeft je de rekenregel, de orde van grootte per soort apparaat, en het punt waarop je een apparaat beter een eigen voeding geeft.
De rekenregel
De hele berekening bestaat uit drie stappen:
- Tel de LEN op van alles wat stroom uit de backbone haalt.
- Vermenigvuldig met 50 mA. Dat is je totale stroomvraag.
- Vergelijk met de stroomgrens van je kabeltype. Voor de gangbare dunne backbone, die je onder namen als micro of light tegenkomt, ligt die grens rond 3 ampere. Zwaardere mini-kabel kan meer.
Reken je met 3 ampere en 50 mA per LEN, dan kom je op een ruimte van rond de 60 LEN voor het hele netwerk. Dat is veel meer dan een gemiddelde recreatieboot nodig heeft, en dat is precies waarom LEN op de meeste boten geen probleem is. Het wordt pas spannend bij veel sensoren, bij een lange backbone, of bij apparaten die zich door het netwerk laten voeden terwijl ze dat eigenlijk niet zouden moeten.
Orde van grootte per soort apparaat
| Soort apparaat | Typische orde van grootte | Voeding |
|---|---|---|
| Diepte-, snelheids- of temperatuursensor | Laag, vaak 1 LEN | Uit het netwerk |
| Windmeter met mastkabel | Laag tot middel | Uit het netwerk |
| GPS-antenne voor NMEA 2000 | Laag tot middel | Uit het netwerk |
| Tanksensor of niveau-interface | Laag | Uit het netwerk |
| Motorinterface of gateway | Middel | Wisselend, controleer dit |
| AIS-transponder | Hoger, of helemaal niet | Vaak eigen 12V |
| Marifoon met NMEA 2000 | Niet van toepassing | Eigen 12V |
| Plotter of groot display | Niet van toepassing | Eigen 12V |
| Klein instrumentendisplay | Middel | Vaak uit het netwerk |
| Autopilootcomputer | Niet van toepassing | Eigen zware voeding |
Let op: dit is een indicatie per categorie, geen specificatie. De echte LEN staat op het typeplaatje of in de handleiding van jouw apparaat, en verschilt per fabrikant en per model. Reken altijd met de opgegeven waarde.
Hoe je de tabel leest
De kolom voeding is belangrijker dan de LEN zelf. Alles met een eigen 12V-aansluiting valt namelijk buiten je som: dat apparaat praat wel op de bus maar leeft van je boordnet. Op een gemiddelde boot zijn dat juist de grote verbruikers, en dat is de reden dat de LEN-som meestal laag uitvalt.
Wat wel meetelt, is het rijtje sensoren. Die zijn individueel klein maar je hebt er vaak zes tot tien van. Een rekenvoorbeeld met kleine waarden loopt dan zo:
- Vier sensoren van elk 1 LEN, dus 4 LEN.
- Een GPS-antenne en een windmeter, samen bijvoorbeeld 3 LEN.
- Twee kleine displays van elk 2 LEN, dus 4 LEN.
- Een gateway van 2 LEN.
Dat is 13 LEN bij elkaar, ofwel ongeveer 650 mA. Tegen een grens van rond 3 ampere zit je daar comfortabel onder. Vul zelf de echte waarden van je eigen apparaten in en je hebt in vijf minuten je antwoord.
Wanneer een apparaat een eigen 12V-voeding nodig heeft
Er zijn vier situaties waarin je het netwerk niet als voeding gebruikt, ook als het technisch zou kunnen:
- Het apparaat vraagt veel. Zenders, autopiloten en motoren van welke soort dan ook horen aan het boordnet, niet aan een databus.
- Het apparaat moet blijven werken. Een marifoon of AIS wil je niet laten afhangen van de zekering van je netwerk.
- Het apparaat zit ver weg. Aan het eind van een lange backbone is de spanning het laagst, en dat is de slechtste plek om ook nog stroom te vragen.
- De fabrikant schrijft het voor. Staat er in de handleiding dat het apparaat een eigen voeding nodig heeft, dan is dat geen suggestie.
Uitzonderingen en aandachtspunten
LEN zegt niets over spanning
De LEN-som vertelt je of je genoeg stroom hebt, niet of die stroom met genoeg spanning aankomt. Over een lange backbone loopt de spanning terug, en apparaten aan het uiteinde krijgen het dan het eerst moeilijk. Dat is een apart onderwerp en staat in het artikel over de voeding van je netwerk.
Waar je voedt, bepaalt de verdeling
Voed je aan een uiteinde van je backbone, dan moet alle stroom door de hele kabel. Voed je in het midden, dan splitst de stroom zich over twee kanten en halveert de belasting per stuk kabel. Bij een netwerk dat tegen de grens loopt, is dat een gratis verbetering.
Reken met wat je erbij gaat hangen
De meeste netwerken groeien. Reken daarom niet tot de rand maar houd ruimte over voor de sensor die je volgend seizoen toevoegt. Wil je uitbreiden, kijk dan ook naar het artikel over je netwerk uitbreiden.
Fabrikanten ronden naar boven af
Omdat LEN in stappen van 50 mA gaat en fabrikanten naar boven afronden, is je som altijd iets pessimistischer dan de werkelijkheid. Dat is prettig: je rekent automatisch met een marge.
Bronnen en wat je nu kunt doen
De LEN-waarde van je apparaten staat in de installatiehandleiding of op het typeplaatje. De stroomgrens en de maximale lengte van je backbone staan in de documentatie van je kabelsysteem, dus bij de fabrikant van je kabels en T-stukken. Dat zijn de twee bronnen die je nodig hebt, en beide horen bij spullen die je al aan boord hebt.
Loop je netwerk een keer langs en schrijf per apparaat de LEN op. Weet je niet meer wat er allemaal aan hangt, begin dan bij je boordnetwerk in kaart brengen. Valt er nu al een apparaat weg uit je lijst, dan is de aanpak in apparaat niet in de device list de snelste route naar de oorzaak.
Veelgestelde vragen
Hoeveel milliampere is 1 LEN?
1 LEN staat voor 50 mA. Een apparaat met LEN 2 vraagt dus ongeveer 100 mA van het netwerk. Het is een rekeneenheid en geen exacte meting: fabrikanten ronden naar boven af, zodat je met LEN altijd aan de veilige kant rekent.
Waar vind ik de LEN van mijn apparaat?
Op het typeplaatje of in de installatiehandleiding, vaak vlak bij de aansluitgegevens. Staat er geen LEN maar wel een stroomverbruik in mA, deel dat dan door 50 en rond naar boven af.
Tellen mijn plotters mee in de LEN-som?
Meestal niet. Grote schermen en plotters hebben een eigen 12V-aansluiting en nemen alleen data van de bus, geen stroom. Controleer het per apparaat, want er zijn kleine displays die zich wel door het netwerk laten voeden.
Wat gebeurt er als ik de grens overschrijd?
Je krijgt zelden een harde storing maar wel onbetrouwbaar gedrag: apparaten die wegvallen aan het eind van de backbone, sensoren die soms wel en soms niet in de lijst staan, of een netwerk dat pas problemen geeft als alles tegelijk aan staat.
Helpt een tweede voeding om meer apparaten te voeden?
Niet zomaar. Twee voedingspunten op een netwerk levert eigen problemen op met stroom die door de afscherming loopt. Wil je meer vermogen kwijt, dan splits je het netwerk of geef je zware apparaten een eigen 12V-voeding.